Saarland, de kleinste Duitse deelstaat na de stadstaten, ligt in het zuidwesten van Duitsland, aan de grens met Frankrijk en Luxemburg. Door zijn strategische ligging en rijke steenkoolvoorraden heeft het gebied een bewogen geschiedenis gekend, waarin het herhaaldelijk van politieke status en nationale invloed veranderde.
Al in de Romeinse tijd was het gebied rond de rivier de Saar bewoond. De Romeinen bouwden wegen, nederzettingen en handelscentra, waarvan Trier in de nabijheid een belangrijk voorbeeld is. Na de val van het Romeinse Rijk kwam het gebied onder Frankische heerschappij. In de middeleeuwen maakte Saarland deel uit van het Heilige Roomse Rijk en was het versnipperd over verschillende vorstendommen, waaronder het hertogdom Lotharingen, het keurvorstendom Trier en het graafschap Nassau-Saarbrücken.
Vanaf de 17e eeuw raakte het Saargebied steeds sterker onder Franse invloed, vooral tijdens de expansiepolitiek van Lodewijk de 14e. In de 18e en vroege 19e eeuw wisselde de regio meerdere malen van heerser als gevolg van Europese oorlogen. Na het Congres van Wenen in 1815 kwam het grootste deel van het Saargebied onder Pruisisch bestuur en werd het geïntegreerd in de Pruisische Rijnprovincie. In deze periode ontwikkelde de steenkool- en staalindustrie zich snel, wat het gebied economisch zeer belangrijk maakte.
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg het Saargebied een bijzondere status. Het Verdrag van Versailles bepaalde dat het gebied voor 15 jaar onder bestuur van de Volkenbond kwam te staan, terwijl Frankrijk het recht kreeg om de steenkoolmijnen te exploiteren. In 1935 vond een volksstemming plaats waarin een grote meerderheid van de bevolking zich uitsprak voor aansluiting bij Duitsland, dat toen al onder nationaalsocialistisch bewind stond.
Na 1945 kwam Saarland opnieuw onder sterke Franse invloed. Het werd economisch aan Frankrijk verbonden en kreeg in 1947 zelfs een eigen grondwet, waarmee het de facto een semi-onafhankelijke staat werd: het Saarprotektoraat. Frankrijk zag het gebied als buffer en economische compensatie na de oorlog. In 1955 wees de bevolking in een referendum echter een Europees Saarstatuut af, wat de weg vrijmaakte voor aansluiting bij de Bondsrepubliek Duitsland.
Op 1 januari 1957 werd Saarland officieel de 10e deelstaat van West-Duitsland. De economische integratie, met name de overgang van de Franse naar de Duitse munt, werd in 1959 voltooid. In de decennia daarna kreeg Saarland te maken met de neergang van de mijnbouw en zware industrie, wat leidde tot economische herstructurering.
Tegenwoordig profileert Saarland zich als een moderne deelstaat met een sterke focus op industrie, technologie en grensoverschrijdende samenwerking met Frankrijk en Luxemburg. De geschiedenis van wisselende nationale invloeden heeft een blijvende stempel gedrukt op de cultuur, taal en identiteit van de regio, die zich nog altijd onderscheidt binnen Duitsland.